Monsterpuzzel: 150.000 leds voor Amsterdam

De gemeente Amsterdam vervangt alle circa 150.000 openbare lichtpunten in het centrum door heldere en zuinige leds. Dit gigantische project levert de stad vanaf 2022 een enorme energiebesparing op: maar liefst 9% van het totale gemeentelijke energieverbruik! Voor projectleider Henk Paarhuis van uitvoerder Dynniq is het een droomjob.

Met zoveel lampen, zoveel locaties en zoveel bedrijvigheid in de stad is het ‘verledden’ van de hoofdstad een dijk van een logistieke puzzel. Vooral voor Dynniq, de hoofdaannemer. In opdracht van IB vervangt Dynniq in Amsterdam-West en het stadscentrum alleen al 50.000 lampen, binnenwerken en armaturen, en verzorgt het onderhoud en klachtopvolging. Een mooie uitdagende missie voor projectleider Henk Paarhuis. ‘Voordat je één lampje kan vervangen, ben je zes stappen verder’, legt hij uit. ‘Maar er is geen probleem dat je niet kan oplossen.’

Veel typen verlichting

‘Je wilt niet weten hoeveel verschillende armaturen Amsterdam heeft geplaatst in de loop der tijd. Misschien wel 80: van grachtlantaarns en kroonarmaturen tot verlichting boven grote wegen of midden op trambanen – tot de lichtmasten op de Dam aan toe. Dat maakt élk deel van deze klus enorm uitdagend’, zegt Paarhuis.

De vervanging van het Amsterdamse licht geeft als het klaar is een verwachte besparing van 9% op het totale energieverbruik van de gemeente, plus een areaal met een veel langere levensduur. Behalve lampen vervangt Dynniq ook binnenwerken of hele armaturen, als dat nodig is voor led of als de levensduur aan zijn einde is.

Het bestellen en leveren van al die armaturen heeft zo zijn eigen dynamiek. Paarhuis: ‘Verschillende armatuurtypes worden per type in fases uitgeleverd. In Nieuw-West zitten alleen al 15 verschillende armaturen. Dan moet je voor één straat dus meerdere keren werkzaamheden plannen. Dan weer voor de Friso Kramers, dan voor het FGS- of Optiflood-armatuur en dan weer voor een FGF-je of Irisje.’

Regels en regeltjes

De vele regels en regeltjes zijn een uitdaging op zichzelf. Paarhuis: ‘Grachtmasten zoals Ritters of kroonlantaarns hebben niet zo’n kastje waarin we normaal gesproken een zekeringetje kunnen loshalen. Dan moeten we de grond in om de kabel te onderbreken om spanningsloos te kunnen werken.’ Maar ‘zomaar even graven’ gaat niet in Amsterdam. ‘Het is een oude stad, met hier en daar vervuiling. Volgens protocol mogen alleen gecertificeerde aannemers hier de grond in.’ Elke grondactiviteit moet Paarhuis daarom eerst afstemmen met Liander, en elke bovengrondse activiteit met de desbetreffende gebiedsregisseur. ‘Daarnaast moeten we de overlast beperken voor bewoners en verkeer, en daarover helder communiceren.’ Paarhuis overlegt zo dus met meerdere partijen over hoe, waar, wanneer en door wie een grachtlampje het best kan worden vervangen. Ook de nazorg hoort erbij. ‘Want komt er een klacht – bijvoorbeeld als een lamp te fel schijnt of verkeerd is gericht – dan lossen we dat op. Met een kapje. Of door een deel af te plakken.’

Moeilijke plekken

Andere uitdagingen in het project zijn lampen op lastige plekken. Paarhuis: ‘Zoals op invals- en uitvalswegen of trambanen. Dat doen we ’s nachts, waarbij we verschillende nachtelijke werkzaamheden slim combineren. Dan kunnen onze monteurs zich een volle nacht nuttig maken.’ Ander maatwerk betreft de vele tunneltjes in de stad. ‘Veel daarvan krijgen op verzoek van de politie voor de veiligheid 24-uursverlichting. Daar past de hoogwerker niet in, dus moet er een steiger bij.’

Elke dag vroeg op

Kortom: in de hoofdstad gaat geen ledje branden zonder goed vooroverleg. Paarhuis kan er wel om lachen. ‘Het is mooi werk: deelplannen maken, dingen oplossen, mensen en materiaal regelen en plannen… Ons bedrijf werkt al ruim 40 jaar in Amsterdam en ik ken de stad en het areaal als geen ander; ik ben ermee vergroeid. Zo’n project, daar sta ik graag elke dag vroeg voor op.’